De
andrieskerk
De St. Andrieskerk heeft voor
Amerongen een grote historische betekenis, er is dus veel informatie daarom
is deze tekst verdeeld in 2 stukken:
Geschiedenis
Beschrijving
Geschiedenis
De laat-gotische
St.-Andrieskerk ligt vrij op een hoog terrein aan de Hof. De lengteas van
de kerk is op het zuidwesten (toren) en het noordoosten ('(oor) gericht.
De Andrieskerk is ontstaan uit een oudere romaanse kerk, waarvan in het
transept tussen koor en schip nog resten aanwezig zijn. In het transept
is tufsteen verwerkt en voor de restauratie van 194-1953 waren hier nog
een oude steunbeer met versnijdingen en een romaans venster aanwezig. De
oude romaanse kerk dateerde waarschijnlijk uit de dertiende eeuw. Het schip
en transept zijn in de eerste helft van de vijftiende eeuw tot stand gekomen.
Het koor en de sacristie kwamen in een iets latere fase tot stand en bevatten
geen tufstenen resten. Een overigens niet authentieke wijdingssteen boven
de deur van de Natewisch-kapel aan de zuidzijde van de kerk vermeldt: 'Heer
lan Gerritsz van Zuylen van Natewisch Ridder heeft dese capel gesticht
int jaer 1418.' In werkelijkheid is deze kapel veel later gebouwd, waarschijnlijk
in de zeventiende eeuw als consistoriekamer. In 1527 werd aan de bouw van
de toren begonnen. In de toren zijn tufstenen blokken verwerkt op construc-tieve
punten. Omstreeks het midden van de zestiende eeuw kon de bouw van de kerk
voltooid worden genoemd.
Over de bouw van
de toren is onlangs een theorie gelanceerd.1 De toren van de Andries-kerk
vertoont grote gelijkenis met de toren van de Petrus en Pauluskerk te Soest,
de toren van de Sint Pieter te Eemnes-Binnen, de toren van de Sint Nicolaas
te Eemnes-Buiten en de opzet van de Cuneratoren te Rhenen. Al deze torens
zijn afgeleid van de Domtoren te Utrecht, het symbool van de bisschoppelijke
macht in het centrum van het Sticht. Be-halve geestelijk leider was de
Utrechtse bisschop ook wereldujk leider van het Sticht. In die hoedanigheid
was de bisschop voortdurend in conflict met de aangrenzende gewes-ten Holland
en Gelre over het verloop van de grenzen van het Sticht. In de randgebieden
van het Sticht zouden bewust torens van het Utrechtse type zijn gebouwd
om de (her-wonnen) heerschappij van het bisdom te benadrukken. De torens
waren tekens van ge-zag die ver buiten de grenzen van het bisdom te herkennen
waren. In Amerongen was het ook nodig om een politiek signaal in de vorm
van een toren te bouwen. Tijdens de bouw van de toren van de Andrieskerk
was de institutionele band tussen Amerongen en 't Sticht weliswaar hecht,
maar het gebied was als onderdeel van de Gaasbeekse goederen jaren-lang
betwist geweest. Jacob van Gaasbeek was een van de rijkste leenmannen van
't Sticht en bezat enorm veel goederen in de grensgebieden van het gewest
Utrecht. Na een mis-lukt opstootje tegen de bisschop werd bepaald dat al
zijn goederen bij zijn dood aan het Sticht zouden vervallen. Na zijn dood
in 1459 bleek dat Jacob zijn goederen aan Anton van Bourgondië had
verkocht, een halfbroer van de Utrechtse bisschop David van Bourgon-dië.
Deze Anton wilde de Gaasbeekse goederen opdragen aan de hertog van Gelre.
Hier-mee dreigde onder meer Rhenen, Amerongen en Wijk bij Duurstede bij
Gelderland ge-trokken te worden. De bisschop was het hier uiteraard niet
mee eens en de zogenaamde Gaasbeekse erfenis werd een langdurige twist
tussen de twee broers, die in feite een strijd uitvochten tussen het bisdom
Utrecht en het hertogdom Gelre. In 1472 werd de twist in het voordeel van
Utrecht beslecht, maar in die tijd was dat geenszins een garantie voor
een definitieve regeling. Het gevaar bleef altijd sluimeren dat de kwestie
weer opgerakeld zou worden om aanspraken op Stichts gebied kracht bij te
zetten. De bouw van de toren
bij de St.-Andrieskerk
naar het concept van de Domtoren moest aan een ieder duidelijk maken dat
Amerongen Stichts is en Stichts zal blijven! In het licht van deze tlheorie
zou-den de spieten met schietgaten in de toren opgevat kunnen worden als
een extra symbo-lische onderstreping van de weerbaarheid van de Stichtse
clerus, die tevens de wereld-lijke leiding in handen had.
Maar de macht van
de Utrechtse bisschoppen bleek minder bestendig dan de Amerong-se kerktoren.
Al vrij snel na de voltooiing van de toren was het gedaan met die wereldlij-ke
macht van de bisschop. Als geestelijk leider kon de bisschop van Utrecht
eweneens vrij snel zijn biezen pakken; de Reformatie had voor een godsdienstige
revolutie gi,ezorgd. De ommekeer verliep niet altijd even soepel. Sommige
bronnen doen geloven dat verschei-dene parochies moeiteloos van het katholicisme
overstapten op de prote£<tantse ge-loofsbelijdenis, zo ook Mulder.
Mulder stelt dat in 1580 de kasteelheer Goert 'van Reede, de pastoor en
zijn gemeente de zijde van de Hervorming kozen. Het gehele dorp Ame-rongen
en de omgeving besloten blijkbaar unaniem en masse van het ene gelloof
op het andere over te stappen. De overgang zoals Mulder die schetst, wordt
niet ges;taafd door de kerkelijke archieven. De hervorming van de kasteelheer
zal ongetwijfeld hebben plaats-gevonden, hetzij om politieke redenen of
uit geloofsovertuiging, maar de meeste Ame-rongse katholieken gingen niet
zo snel overstag. Dit moge blijken uit de klaagzangen van dominee Isaac
Wilising op de provinciale synode van 1606, ruim een kwart eeuw na de ommezwaai.
Oude katholieke gewoonten waren in Amerongen gewoon blijven voortbe-staan,
zoals die van de jaarlijkse St.-Cunerabedevaart naar Rhenen. Deze 'paepsche
stou-tigheden' vonden zelfs plaats tijdens zijn predikatie in de kerk.
Van de honderd tot honderdvijftig kerkgangers kwam vrijwel niemand tot
de avondmaaltafel en gedurende de doop verlieten veel kerkgangers het gebouw,
zelfs voordat het 'ghemeen gebed ende ge mene zegen' was uitgesproken.
De dominee had geen zin meer in zijn rol van een roepende in de woestijn
en vroeg om overplaatsing. Die toestemming werd hem echter niet ver-leend.
Hij kreeg te horen dat hij moest blijven 'vertrouwende dat hem de Heer
dies te meer segenen soude, alsoe hij daer wel bemint was'.
Na de Reformatie,
die officieel in 1580 zijn beslag kreeg, werd de kerk voor de protestantse
eredienst ingericht. De eisen die men in verband met de protestantse eredienst
aan het kerkgebouw stelde, veranderden het karakter en het aanzien van
de kerk. Van het oor-spronkelijke katholieke interieur is nu zo goed als
niets terug te vinden.
Beelden werden weggehaald
en het kerkzilver werd in beslag genomen. Schilderingen op muren en ko
lommen verdwenen onder een witte kalklaag. Op de hoekpijlers van het koor
en in de noordoostelijke hoek van de noordbeuk zijn in de vorige eeuw muurschilderingen
ont-dekt, maar vervolgens weer overgewit. Het waren fresco's van Maria,
een vrouw met kind, een bisschop, een ridder, een monnik en een hengelende
jongen. Bij de laatste restaura-tie zijn enkele muurschilderingen weer
zichtbaar gemaakt. De hoofdrichting van zuidwest naar noordoost, met als
eindpunt het hoofdaltaar, verdween. In plaats daarvan werd alle aandacht
op het preekgestoelte gericht, dat tegen een der kolommen stond opgesteld.
In 1661 werden in het schip twee pijlers weggebroken om de gelovigen meer
zicht te geven op de preekstoel. Het koor, waar vroeger het hoofdaltaar
stond en waar zich tijdens de mis de geestlijken bevonden, werd in feite
nutteloos. Onder het koor werd de grafkelder van de Van Reedes ingericht.
In de kerk kwam in de loop van de tijd een indrukwekkende reeks rouwborden
te hangen van degenen die in de grafkelder zijn bijgezet. Na 1829 was het
niet meer toegestaan zich in de kerk te laten begraven.
Veel ingrijpender dan
de veranderingen ten behoeve van de protestantse eredienst, wa-ren de beschadigingen
die de kerk tijdens gevechten met de Spaanse troepen in 1585 op-liep. In
de nabijheid van Amerongen kwam het tot een treffen tussen de Spanjaarden
on-der veldheer Juan Baptista de Taxis en de Hollanders onder bevel van
de graaf Van Nieu-weraar. De Hollanders werden in de pan gehakt en vluchtten
in paniek richting Ameron-gen. De Spanjaarden wisten ook deze vluchtelingen
te overrompelen en richtten veel scha-de aan in Amerongen. Uit een visitatierapport
van 1593 blijkt dat de kerk nog een ravage was en dat slechts het dak hersteld
was. Geldelijke middelen ontbraken om aan verdere herstelwerkzaamheden
te beginnen. Hetzelfde rapport deed de aanbeveling de werk-zaamheden te
betalen van de opbrengst van de verkoop van de stenen van de oude St.-Pieterskerk,
die ergens tussen de Drostestraat en Donkerstraat moet hebben gestaan.
De-ze in oorsprong uit de elfde eeuw daterende kerk was al rond 1525 buiten
werking gesteld. Maar de aanbeveling werd pas in 1616 opgevolgd, zodat
dominee Wulsing op de reeds ge noemde provinciale synode van 1606 nog kon
verklaren dat 'de kercke oock, soe veel het wterlike aengaet, seer verwoest
leyt door de destructie der soldaeten, haeren doortocht daer door hebbende'.
De herstelwerkzaamheden
na 1616 zouden nog een groot deel van de zeventiende eeuw in beslag nemen.
De laatste fase van herstel vond na 1652 plaats, toen de kerk een nieu-we
kap met leibedekking kreeg. In de daarop volgende jaren werd in het schip
een nieuw houten tongewelf aangebracht, het koor kreeg een stenen gewelf.
Spoedig daarna werd
de kerk alweer verwoest. Tijdens de Franse inval van 1672-1673 ging bijna
het gehele interieur in vlammen op en werden de gebrandschilderde ramen
vernield.
bij de St.-Andrieskerk
naar het concept van de Domtoren moest aan een ieder duidelijk maken dat
Amerongen Stichts is en Stichts zal blijven! In het licht van deze tlheorie
zou-den de spieten met schietgaten in de toren opgevat kunnen worden als
een extra symbo-lische onderstreping van de weerbaarheid van de Stichtse
clerus, die tevens de wereld-lijke leiding in handen had.
Maar de macht van
de Utrechtse bisschoppen bleek minder bestendig dan de Amerong-se kerktoren.
Al vrij snel na de voltooiing van de toren was het gedaan met die wereldlij-ke
macht van de bisschop. Als geestelijk leider kon de bisschop van Utrecht
eweneens vrij snel zijn biezen pakken; de Reformatie had voor een godsdienstige
revolutie gi,ezorgd. De ommekeer verliep niet altijd even soepel. Sommige
bronnen doen geloven dat verschei-dene parochies moeiteloos van het katholicisme
overstapten op de prote£<tantse ge-loofsbelijdenis, zo ook Mulder.
Mulder stelt dat in 1580 de kasteelheer Goert 'van Reede, de pastoor en
zijn gemeente de zijde van de Hervorming kozen. Het gehele dorp Ame-rongen
en de omgeving besloten blijkbaar unaniem en masse van het ene gelloof
op het andere over te stappen. De overgang zoals Mulder die schetst, wordt
niet ges;taafd door de kerkelijke archieven. De hervorming van de kasteelheer
zal ongetwijfeld hebben plaats-gevonden, hetzij om politieke redenen of
uit geloofsovertuiging, maar de meeste Ame-rongse katholieken gingen niet
zo snel overstag. Dit moge blijken uit de klaagzangen van dominee Isaac
Wilising op de provinciale synode van 1606, ruim een kwart eeuw na de ommezwaai.
Oude katholieke gewoonten waren in Amerongen gewoon blijven voortbe-staan,
zoals die van de jaarlijkse St.-Cunerabedevaart naar Rhenen. Deze 'paepsche
stou-tigheden' vonden zelfs plaats tijdens zijn predikatie in de kerk.
Van de honderd tot honderdvijftig kerkgangers kwam vrijwel niemand tot
de avondmaaltafel en gedurende de doop verlieten veel kerkgangers het gebouw,
zelfs voordat het 'ghemeen gebed ende ge mene zegen' was uitgesproken.
De dominee had geen zin meer in zijn rol van een roepende in de woestijn
en vroeg om overplaatsing. Die toestemming werd hem echter niet ver-leend.
Hij kreeg te horen dat hij moest blijven 'vertrouwende dat hem de Heer
dies te meer segenen soude, alsoe hij daer wel bemint was'.
Na de Reformatie,
die officieel in 1580 zijn beslag kreeg, werd de kerk voor de protestantse
eredienst ingericht. De eisen die men in verband met de protestantse eredienst
aan het kerkgebouw stelde, veranderden het karakter en het aanzien van
de kerk. Van het oor-spronkelijke katholieke interieur is nu zo goed als
niets terug te vinden. Beelden werden weggehaald en het kerkzilver werd
in beslag genomen. Schilderingen op muren en ko lommen verdwenen onder
een witte kalklaag. Op de hoekpijlers van het koor en in de noordoostelijke
hoek van de noordbeuk zijn in de vorige eeuw muurschilderingen ont-dekt,
maar vervolgens weer overgewit. Het waren fresco's van Maria, een vrouw
met kind, een bisschop, een ridder, een monnik en een hengelende jongen.
Bij de laatste restaura-tie zijn enkele muurschilderingen weer zichtbaar
gemaakt. De hoofdrichting van zuidwest naar noordoost, met als eindpunt
het hoofdaltaar, verdween. In plaats daarvan werd alle aandacht op het
preekgestoelte gericht, dat tegen een der kolommen stond opgesteld. In
1661 werden in het schip twee pijlers weggebroken om de gelovigen meer
zicht te geven op de preekstoel. Het koor, waar vroeger het hoofdaltaar
stond en waar zich tijdens de mis de geestlijken bevonden, werd in feite
nutteloos. Onder het koor werd de grafkelder van de Van Reedes ingericht.
In de kerk kwam in de loop van de tijd een indrukwekkende reeks rouwborden
te hangen van degenen die in de grafkelder zijn bijgezet. Na 1829 was het
niet meer toegestaan zich in de kerk te laten begraven.
Veel ingrijpender
dan de veranderingen ten behoeve van de protestantse eredienst, wa-ren
de beschadigingen die de kerk tijdens gevechten met de Spaanse troepen
in 1585 op-liep. In de nabijheid van Amerongen kwam het tot een treffen
tussen de Spanjaarden on-der veldheer Juan Baptista de Taxis en de Hollanders
onder bevel van de graaf Van Nieu-weraar. De Hollanders werden in de pan
gehakt en vluchtten in paniek richting Ameron-gen. De Spanjaarden wisten
ook deze vluchtelingen te overrompelen en richtten veel scha-de aan in
Amerongen. Uit een visitatierapport van 1593 blijkt dat de kerk nog een
ravage was en dat slechts het dak hersteld was. Geldelijke middelen ontbraken
om aan verdere herstelwerkzaamheden te beginnen. Hetzelfde rapport deed
de aanbeveling de werk-zaamheden te betalen van de opbrengst van de verkoop
van de stenen van de oude St.-Pieterskerk, die ergens tussen de Drostestraat
en Donkerstraat moet hebben gestaan. De-ze in oorsprong uit de elfde eeuw
daterende kerk was al rond 1525 buiten werking gesteld. Maar de aanbeveling
werd pas in 1616 opgevolgd, zodat dominee Wulsing op de reeds ge noemde
provinciale synode van 1606 nog kon verklaren dat 'de kercke oock, soe
veel het wterlike aengaet, seer verwoest leyt door de destructie der soldaeten,
haeren doortocht daer door hebbende'.
De herstelwerkzaamheden
na 1616 zouden nog een groot deel van de zeventiende eeuw in beslag nemen.
De laatste fase van herstel vond na 1652 plaats, toen de kerk een nieu-we
kap met leibedekking kreeg. In de daarop volgende jaren werd in het schip
een nieuw houten tongewelf aangebracht, het koor kreeg een stenen gewelf.
Spoedig daarna werd
de kerk alweer verwoest. Tijdens de Franse inval van 1672-1673 ging bijna
het gehele interieur in vlammen op en werden de gebrandschilderde ramen
vernield.
Met financiële
hulp van de kasteelheer Godard van Reede kon het interieur het daarop volgende
jaar worden hersteld. Alleen de preekstoel ontbrak nog, zodat de dominee
'sit-tende op een stoel en staende voor een tafeltje op het choor' moest
prediken. Ene Geer-truidt Steenbergen had weliswaar voor een preekstoel
honderd gulden nagelaten, maar de erfgenamen wilden niet uitkeren. In 1679
kwam hij er na veel correspondentie toch. Te-vens werd toen met financiële
hulp van Margaretha Tumor ook een nieuw koorhek ge-maakt.
Van alle veranderingen
die de hervormde kerk in latere tijd heeft ondergaan, zijn de vol-gende
van belang: in 1804 werd de zeventiende-eeuwse dakruiter wegens slechte
staat ge-sloopt en in 1863 werd het nieuwe orgel van C.F.G. Witte geïnstalleerd.
In 1884 onderging de kerk een restauratie, waarbij in de kerk aan beide
zijden de middelste kolom is weg-gebroken. Tevens werd het houten koepelgewelf
vervangen door een stenen kruisgewelf met geprofileerde ribben en zijn
ook de houten trekbalken verwijderd. In 1948-1953 en 1992-1993 werd de
Andrieskerk wederom gerestaureerd.
Klik
hier om naar het begin te gaan
Mijn excuses voor de slechte kwaliteit van
de foto. Het origineel is al oud.
Beschrijving
De kerk bestaat
uit drie onderdelen: schip, koor en toren. Het schip met transept achter
de toren is driebeukig en vijf traveeën diep. Aan de buitenkant zijn
de laatste twee tra-veeën van het transept niet duidelijk als apart
onderdeel herkenbaar. Tegen de bakstenen muren staan steunberen, waartussen
telkens een smal spitsboogvenster is geplaatst. In de tweede travee aan
de noordzijde zijn tufstenen blokken verwerkt. Het schip is over-kapt met
een leien zadeldak.
Het koor is hoger
opgetrokken dan het schip en twee traveeën diep. Het koor heeft de
breedte van het schip zonder de zijbeuken. De vijfzijdige sluiting en de
traveeën zijn voor-zien van spitsboogvensters; ook hier scheiden steunberen
de traveeën. Aan de zuidzijde bevindt zich de zogenaamde Natewischkapel
en aan de noordzijde van het koor staat een sacristie met spitsboogvensters.
De Natewischkapel is lange tijd ingericht geweest als lo-ge van de ambachtsheer.
De toren en het
schip sluiten niet direct aan, maar zijn verbonden door een ruimte van
een halve travee breed. De toren bestaat uit drie steeds iets smaller wordende
geledin-gen. De onderste geleding die het eenvoudigst is uitgevoerd, bezit
aan de westzijde een ingang met daarboven een gotisch venster. Aan de noordzijde
is een spitsboogvormige blindnis met eenvoudig gotisch traceerwerk uitgespaard.
In het metselwerk zijn door mid-del van natuursteen kruisvormige versieringen
aangebracht. De eerste en tweede gele-ding worden van elkaar gescheiden
door een muizetandlijst. De tweede en derde geleding van de toren zijn
voorzien van omlopen, afgezet met gotische balustrades die bij de res-tauratie
van 19481953 werden vernieuwd. Ze bezitten rondom lancetvormige blindnis-sen,
steeds drie naast elkaar. Alleen de middelste nis van de derde geleding
is geopend. De toren wordt bekroond door een spits. Tegen de toren zijn
twee hoektorentjes aange-bouwd. De noordelijke hoektoren bevat een trap,
de zuidelijke een kleine kapel met daar-boven het voormalige cachot.
In het interieur
vallen de rouwborden in het koor en de zijbeuken op, waarvan het oudste
uit 1605 dateert, namelijk van Geertruid van Nijenrode (daar gespeld Geertruudt
van Nien-rode). Alle rouwborden hebben betrekking op overleden bewoners
van het kasteel. Op de eenvoudige stenen tafel kwamen in 1907 de oude zandstenen
beelden te liggen van Goert van Reede en zijn vrouw Geertruid van Nijenrode,
overleden in respectievelijk 1585
en 1605. De beelden
zijn vervaardigd door de Utrechtse beeldhouwer Jacob Colijnsz de Nole.
De herplaatsing werd, getuige het opschrift, bekostigd door de Staten van
Utrecht. De beelden waren voor die tijd in huis Amerongen ondergebracht.
De beelden zijn tijdens de Franse bezetting in 1672-1673 beschadigd en
door de Fransen met het gelaat naar be-neden als drempels voor de toreningang
gelegd. Zo werden de dorpelingen gedwongen de voorouders van de door de
Fransen gehate diplomaat Godard Adriaan van Reede met voeten te treden.
In een akte van het proces dat de erfgenamen van Geertruid en Goert rond
1608 tegen elkaar voerden, staat vermeld dat Goert een wapenschild had
en als een baanderheer was afgebeeld. Dit hield in dat Goert het recht
had zijn mannen onder eigen banier ten strijde te voeren. Aanvankelijk
stond de stenen tafel met beelden in het koor opgesteld; thans staat de
tafel achter de preekstoel tegen de noordelijke wand. Het doop-vont op
zwarte zuil met witte voet is een schenking uit 1885 van graaf Van Aldenburg
Ben-tinck.
Klik
hier om naar boven te gaan
Klik
op de brievenbus om mij te mailen
Mark
van Barneveld 1999©