Geschiedenis van Amerongen
Dit onderwerp is te groot om in een keer te lezen. Ik heb het verdeeld in de volgende periode's:


Inhoud:

1126-1420
1420-1600

1600-1703
1703-1744
1744-1794
1794-1795
1795-1813
1813-1877
1877-1897
1897-1938
1938-Nu

1126-1420
Wanneer is ons dorp ontstaan. Wel, in 1126 lezen we dat bisschop Godebald op bevel van Keizer Lotharius Amerongen aan de rechtmatige eigenaars moest teruggeven. Die eigenaars waren de Proost en het Kapittel de Dom. Vermoedelijk door nood gedreven had Godebald, Amerongen en omgeving aan derden verkocht. De keizer hierop merkzaam gemaakt, dwong Godebald om de zaak weer te herstellen. Officieel komen we dus in 1126 de naam Amerongen tegen, toch is het dorp al véél vroeger bekend geweest, zij het onder andere namen.
Uit de oudste geschiedenis namelijk blijkt het dat Amerongen vroeger andere namen heeft gekend. De naam "Hemur-Enge" zult U allen al wel eens gehoord hebben. Land aan de Hemur betekend dit, vroeger schijnt er in de nabijheid van ons dorp een riviertje gestroomd te hebben die de naam "Hemur" droeg. De korfbalclub hier ter plaatse draagt deze naam zodat de historie ook nu nog voort leeft.
Maar de oudste geschiedenis maakt ook melding van andere namen n.l. Lote en Haschem. Hieruit blijkt dat ons dorp ook nog over twee namen tegelijk beschikt heeft.
Haschem is de naam van het dorp zelf geweest, terwijl Lote of Lutte de naam was voor alle gebied liggende tussen ons dorp en Wijk bij Duurstede, toen Dorestad geheten.
De naam Haschem vindt U ook terug in de tegenwoordige namen de Hazenberg en de Haaskamp. Het leuke is dat er een vereniging is n.l. de hockeyvereniging die ook deze naam draagt. Vermoedelijk hebben de oprichters van deze vereniging niet vermoed, dat hun terrein geen heenwijzing was naar snelle viervoeters, maar veel meer slaat op één der historische namen van Amerongen. Ook komen we in de historie tegen de naam Emmeringen. Dit heeft dezelfde betekenis als Amerongen. Komen we dus in 1126 officieel de naam Amerongen tegen, volgens oude geschiedenisschrijvers moet het dorp als nederzetting toch al bestaan hebben in de tijd der Romeinen, en dus ook een Germaanse nederzetting geweest. O zeker, men zal dit bestrijden door te zeggen dat de Germanen zich in de Betuwe op-hielden, maar we kunnen het toch beter eens zijn met degenen die zeggen, de Bataven leefden van jacht en visvangst, en waar was beter terrein voor hen geschikt dan Amerongen.
Met uitgestrekte bossen en water. Trouwens ook het feit dat in de bossen twee archeologische monumenten zijn, als zijnde Romeinse grafheuvels wijzen hierop. Als U zich indenkt waar nu de Uithof staat, dat daar achter vroeger een kasteel gestaan heeft genaamd "Lievendael" (later komen we daarop nog terug) en dat juist deze naam véél in de vroegste historie voorkomt, dan moet hieruit wel blijken dat als nederzetting, Amerongen véél langer heeft bestaan. Nauw verbonden met het dorp betreft de geschie-denis van het Kasteel Amerongen. Ten onrechte wordt wel eens gedacht, dat het dorp zijn ontstaan te danken heeft aan het Kasteel, dat is niet zo. We hebben al aangetoond dat het dorp Amerongen in 1126 bestond. het Kasteel Amerongen is van latere datum. In 1286 geeft Floris V graaf van Holland, aan de Borre's toestemming om een huis te timmeren, met daarbij 4 bunders grond, en een voorburg, welke wij nu nog kennen als de Laan of Margaretha Turnorlaan.
Deze graaf Floris V graaf van Holland, die in die tijd, klaarblijkelijk ook de heerschappij over Amerongen voerde, is in de historie geen onbekende. Immers hij was het die de Lekdijk, onder zijn grootvader aangelegd, ver-sterkte tot een kering van het water, om zodoende de beveiliging van Utrecht en grote delen van Holland voor watersnood te behoeden.
Amerongen was en is hooggelegen, had dus direct geen belang bij de toen genaamde Leckendijk, tenminste het dorp zelf, wel natuurlijk de vele boer-derijen en buitenplaatsen langs de Lekdijk gelegen.
Zo hebben we dus gezien dat de Borre's de eerste bewoners van het huis Amerongen waren. Het waren geen onbekenden, want hun naam komt ook al in de oudste geschiedenis voor. Zij kregen dus toestemming om het huis te timmeren, dit doet ons denken aan een houten geval, zo was het echter niet. Het een uitdrukking die gebruikt werd voor het bouwen van een huis. In dit geval dus een Ridderhofstad of zoals wij het noemen een kasteel. Vanaf die tijd, dat het kasteel gebouwd werd, loopt de geschiedenis van het dorp en het kasteel volledig samen. Dan blijkt hoe groot de betekenis van het kasteel en haar bewoners voor het dorp geweest is.

Het kasteel zoals dat door de Borre's werd gebouwd, wijkt wel héél veel af, zoals wij het nu kennen, dat is ook geen wonder, want in de staat zoals U het op de afbeelding ziet werd het geheel verwoest, maar daar hoop ik later nog op terug te komen.
We zijn nu in de middeleeuwen. En hoe verloopt nu de geschiedenis van het dorp?
Als U soms in een uur van heimwee denkt, hè ik zou best naar het "ereleden terug willen. Zo heerlijk rustig, geen auto's die langs je heen razen, geen luidruchtigheid, geen ellende, die je door radio en televisie ziet, alleen de heerlijke rust en vrede. Als U dat denkt, vergist U zich dan niet. O, zeker het verleden kende het lawaai van de moderne tijd niet, maar gevaar, onrust, oorlogshandelingen. We komen ze steeds weer tegen7 ook in ons dorp.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1420-1600
In 142O doen deGeldersen een inval in het gewest Utrecht, via Wijk bij Duurstede komen zij het dorp binnen vallen, plunderen en roven en steken het dorp in brand. Vermoedelijk zijn de inwoners bij hun nadering gevlucht naar de nabij gelegen heuvels en bossen. We kunnen rustig aannemen dat degene die niet vluchtte  en zich verzette, niet veel kans had om het te overleven. Nauwelijks heeft het dorp zich hersteld en weer opgebouwd of zie vijf jaar later komen de Gelderse rovers weer terug en opnieuw wordt het dorp verwoest. Steeds vinden wij bekende namen uit onze vaderlandse geschiedenis, in verband met Amerongen genoemd zo beleent Philips de Goede in 1434 het huis te Amerongen met alle landerijen enz. aan Gijsbrecht van Nijerode. Later is het weer Karel van Bourgondië die in 1468 het kasteel met toebehoren beleent aan Gerrit van Kuilenburg. En Philips de tweede verpandt het in 1561 aan Godard van Reede, Heer van Saasfeld. Dan is het kasteel en de heerlijkheid in handen gekomen van een familie in welks geslacht het ook zal blijven. Dan is de tijd van wisselende eigenaars zoals de Borre's, Eilias van Ame-rongen, Kuilenburg, van Nijenrode, van Swieten en van Hemert voorbij. Godard of Goert van Reede wordt dan heer van Amerongen. Hij is getrouwd met Geertruud van Nijenrode. Deze namen zeggen U zo op het oog weinig, maar de bijzonderheid over deze twee mensen is, dat in de St. Andrieskerk te Amerongen een grafmonument aan hun nagedachtenis is opgericht. Volgens de historie had deze graaf dit monument reeds bij zijn leven laten maken.
Meen nu niet dat dit monument van 1585 af het jaar van het sterven van heer Goert onafgebroken in de kerk gestaan heeft.
Is het in die tijd werkelijk opgericht en later weer weggebroken, of hebben zijn zonen hun schouders opgehaald en gezegd laat dat monument maar ergens in een opslagruimte staan, het staat daar best. De geschiedenis meldt het niet. Wat wel bekend is, dat in het begin onzer eeuw, de beelden ontdekt worden, zij worden dan als stoeptreden gebruikt, dan krijgen zij een vaste plaats in de kerk, zoals U ze nu nog kunt bezichtigen. Goert heeft echter niet meer meegemaakt, dat in Amerongen een bloedige veldslag plaatsvindt. Hij overlijdt in april, en op 23juni 1585, maakt Amerongen het geweld van de tachtigjarige oorlog in al zijn hevigheid mee. Kolonel Taxis gouverneur van Zutphen is met zijn Spaanse troepen aangevuld met huurlingen. West Nederland binnen getrokken, rovend, moordend, de boel in brand stekend, gijzelaars meenemend, en tegen hoge losprijzen weer vrijlaten, vrouwen ver-krachten enz. brengt hij angst en schrik onder de bevolking. Vanuit het Gooi, trekt hij de Veluwe in met de bedoeling nu het zuidelijk deel van Utrecht onder handen te nemen. De Staten Generaal zagen het gevaar voor de grote steden in, en gaven de Graaf van Meurs opdracht om Taxis tot staan te brengen. Bijgestaan door commandant Schenk, trekt van Meurs met zijn troepen versterkt met drie goede compagnieën Duitse huursoldaten, de troepen van Taxis tegemoet, dan wordt er in Amerongen een vreselijke strijd gestreden, aanvankelijk leek het of van Meurs zou zegevieren
Taxis werd teruggedrongen, maar zie hoe het in een oorlog kan gaan. Twee graven van Bergen, zonen van eer zuster van Willem van Oranje zijn met hun troepen overgelopen naar de vijand, zij vallen de Staatse troepen met hun paardenvolk in de rug aan, vooral in de weilanden langs de Lekdijk vindt een vreselijk bloedbad plaats, alleen aan Staatse soldaten sneuvelden er op deze dag 16OO. De rest vlucht in de richting van Wijk bij Duurstede en Amersfoort. Van Meurs en Schenk ontkomen, maar de dappere de Villers, Gouverneur van Utrecht wordt gevangen genomen en na betaling van een hoog losgeld weer vrijgelaten.
Enkele dagen later keren de troepen van Taxis terug, begraven wel hun eigen gesneuvelden, beroven de dode Staatse soldaten, maar laten deze op het slagveld liggen. Deze zijn later vermoedelijk door de inwoners begraven. Als herinnering aan deze slag vinden we nog enkele namen in de weilanden terug onder andere langs de Lekdijk, "De Doodslag". Verderop in de uiterwaarden een gedeelte dat nog de naam draagt het "Kerkhof" vermoede-lijk zijn hier de gesneuvelden begraven. Trouwens eind vorige eeuw is men met de bouw van de boterfabriek aan de Drostestraat ook op een massa-graf gestoten, deze gebeente's waren ongetwijfeld van deze slag afkomstig. Eigenaardig, dat we vroeger in onze schooltijd nooit hoorden vertellen over de slag bij Amerongen, terwijl hierbij toch 25OO soldaten sneuvelden. En nu zijn we dan in 16OO aangeland.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1600-1703
Het dorp ontwikkelt zich verder ondanks de 8O-jarige oorlog, heerst er welvaart in het dorp, men leeft als het ware onder toezicht van de kasteel-heren hoewel, de dorpelingen zich ook niet laten ringeloren. In deze tijd laat ook de kerk zijn stem horen en geeft maar niet zo toe zoals de kasteel-heer het zou willen hebben. Vooral van kerkelijke zijde wordt heftig geprotesteerd als de Graaf zich met dingen bemoeit, die op het terrein der kerk liggen. Toch worden de van Reede's in de kerk begraven. De prachtige wapenborden zijn hier het bewijs van. Als eerste jaartal vinden wij het getal 16O5 op een wapenbord. Men moet deze borden dus feitelijk zien als grafstenen. In deze tijd heerst er ook tweedracht tussen de heer van kasteel Amerongen en die Zuilenstein wat toen nog tot Amerongen behoorde. Niemand minder dan Frederik Hendrik grijpt tenslotte in en koopt kasteel Zuilestein in 1632 voor zijn bastaard zoon Frederik. F 32.OOO,-- betaald de prins voor het prachtige kasteel met zijn schitterende landerijen en parken. Zuilenstein wordt dan ook een heerlijk. Frederik Hendrik zegt: "Twee heer-lijkheden in één gemeente is niets", en vanaf dat moment af wordt de grens tussen Amerongen en Leersum verlegd en behoord Zuilenstein bij de gemeente Leersum. Frederik Hendrik de Stedendwinger, wie had ooit gehoord dat deze prins ook zo véél in Amerongen vertoefde? De tijd gaat verder. De tachtigjarige oorlog is ten einde, en Nederland kan zich geheel aan de vrede wijden, dat dacht men, maar het komt onder uit Engeland en Frankrijk gesteund door de bisschoppen van Munster en Keulen vallen Nederland aan. Franse troepen bereiken ook ons dorp. Zelfs Lodewijk de veertiende zelf is erbij, de Zonnekoning, en neemt huisvesting in het kasteel.
Hij wordt echter niet ontvangen door een vriendelijke kasteelheer of zijn vrouw. De kasteelheer zelf is in Brandenburg, waar hij in opdracht van Prins Willem III en de Staten probeert hulp te krijgen tegen de invallers. Hij is reizend diplomaat voor de Nederlandse regering. Zijn vrouw
Margaretha Tumor is met haar kinderen gevlucht. Als Lodewijk hoort welke taak de kasteelheer heeft is hij woedend. Hij vertrekt naar Zeist, en eist dat Graaf Godart terug komt. Zo niet, dan zal Kasteel Amerongen worden verbrand. De graaf weigert met het gevolg dat het prachtige kasteel vol wordt gestuwd met hout, hooi enz. en in brand wordt gestoken. De woedende bevolking kan tegen commandant La Fosse en zijn troepen niets uitrichten en mogen blij zijn dat zij het leven er bij afbrengen. Het kasteel verbrandt, de kerk wordt zwaar beschadigd en van de dorpelingen wordt alles gestolen. Maar zie toch breekt de zon weer door ook voor Amerongen. De Keurvorst van Brandenburg komt Holland te hulp. Margaretha Tumor keert in Amerongen terug en neemt tijdelijk haar intrek in kasteel "Lievendael", dit stond achter waar nu "de Uithof" staat, wandelt men nu over het zogenaamde "Lievendealtje" dan kunt U nog een gedeelte van de oude gracht zien.
Bovendien wijst de verhoging U de plaats waar eens het kasteel "Lievendeal" stond. Graaf Godart had "Lievendael" gekocht van de familie Panthaleon van Eck. Daar de Graaf veel in het buitenland vertoeft, geeft hij zijn vrouw de opdracht om direct met de herbouw te beginnen. Zelf stelt hij vast hoe het huis moet worden. Twee bekwame bouwers Schut en Rietveld, schijnen het werk te hebben laten uitvoeren. De Keurvorst van Brandenburg stuurt 8OO zware bomen, voor het getimmerte. De Staten Generaal geven f 4.OOO,-- voor de herbouw. En zo kan het kasteel in 1676 weer volledig worden bewoond, al heeft het nog wel enkele jaren geduurd voor de algehele afwerking compleet was. Ondanks dat zijn woning gereed is, blijft Godart zijn ambassade werk vervullen, maar 1691 overlijdt hij als Ned. Gezant in Denemarken. Zijn stoffelijk overschot wordt naar Amerongen overgebracht en in de St. Andries Kerk begraven. Negen jaar later sterft Margaretha Tumor, zij wordt eveneens in de grafkelder in de St. Andries kerk bijgezet. Hun namen zullen de geschiedenis van ons dorp altijd met ere worden vermeld. Tijdens de herbouw van het kasteel gaf Prins Willem III blijk van grote belangstelling en vertoefde menigmaal in het kasteel.
Niet minder beroemd werd Godarts enige zoon, eveneens Godart geheten. Deze was een groot vriend en vertrouweling van Prins Willem III ofwel
King William I van Engeland. Hij diende onder de Prins als veldmaarschalk opperbevelhebber van het Engels-Nederlandse leger. Onder zijn leiding wer-den Atlone-Agrim en Limerich heroverd. Als dank voor zijn moed en trouw krijgt hij de titel Graaf van Altone en Baron van Agrim. In 1692 komt hij in Nederland terug. Het is geen wonder dat Amerongen goed feest kan vieren. Want als Graaf Godart terugkeert wordt hem een geweldig feest bereid. Die 31 maart 1962 wordt een onvergetelijke dag, alles wat maar schieten kan wordt afgeschoten. Daar tussendoor hield Ds. Keppel een gedachtenispreek van 2 uur lang. 's Avonds werd er in het kasteel een groot diner gehouden voor 5O personen, terwijl aan de bevolking 9 tonnen bier werden geschonken. Graaf Godart overleed in 17O3.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1703-1744
Maar niet nadat hij eerst nog in de Spaanse Successie-oorlog grote overwinningen had behaald. Als het U net als mij gaat, dan ben je steeds weer verwondert over de grote namen die je in de geschiedenis van ons dorp tegenkomt, denk maar aan Frederik Hendrik, Lodewijk de l4de en prins Willem I
Het is dan ook wel te begrijpen, dat wij een klein beetje trots zijn op ons dorp en dat mag ook.
Maar hoe staat het dorp zelf erbij?
Is het waar, wat wel beweerd wordt, dat de Amerongers allemaal in dienst zijn van het kasteel? Dat het dus zogenaamde kasteelslaven waren? Laat U niets wijsmaken, de historische archieven van ons dorp liegen er niet om. O zeker, in die 18e eeuw verdienen veel Amerongers hun brood door op de één of andere manier te werken voor het kasteel. Maar lang niet allemaal. Velen verdienen hun brood met akkerbouw en veeteelt, in deze tijd verrijzen meer en meer tabaksschuren, doordat de verbouw van tabak een belangrijke bron van inkomsten vormt voor vele zelfstandige kleine landbouwers. Ook aan de verbetering van het dorp zelf wordt veel gedaan. Zandwegen in het dorp, vaak door het verkeer van paard en wagen gedegradeerd tot karrensporen, worden bestraat. En waarmee? Nee, lezer niet met gebakken straatstenen, of asfalt zoals wij het nu kennen. De Amerongse bossen zijn dichtbij. In die bossen wordt grind gegraven, wat voor allerlei doeleinden wordt gebruikt. Maar tussen dat grind vindt men ook grotere keien. Welnu deze keien worden gebruikt  als  straatstenen  voor  de  zandwegen. Lang is deze bestrating in Amerongen gehandhaafd, zelfs in 195O bestonden er nog wegen van deze structuur, o.a. de Gasthuisstraat, de Schooistraat en de Holleweg het stukje langs Buitenlust. In die tijd zijn deze straten van een asfaltlaag voorzien, maar de eeuwenoude keienbestrating ligt er nog altijd onder.
Men doet ook meer aan dorpsverfraaiing, zonder dat men de woorden als ruimtelijke ordening enz. kent. De vrije burger plant bomen voor zijn huis, hoofdzakelijk linden. We zien ze op enkele plaatsen in ons dorp nog staan o.a. op de Hof. Ook bestuurlijk gaat het dorp met zijn tijd mee. Twee burgemeesters, vijf schepenen en de Drost. Deze worden jaarlijks gekozen. Er bestaat ook een Gerechtscollege, waarin behalve bovengenoemde, ook twee vertegenwoordigers van de Kerk en twee IJkmeesters zitting hebben. Opmerkelijk is dat men steeds weer namen tegenkomt, die nu nog in ons dorp voorkomen o.a. de Ridders, van Vulpen, Nellestijn, van Barneveld, Lagerweij, Wildeman. Behalve gemeentelijke functies, bekleden deze perso-nen ook vaak kerkelijke functies.
Kerk en gemeente kunnen het dan in de 18e eeuw ook best met elkaar vinden. Wij lezen dan ook in de oude archieven dat alles gedaan wordt om het dorp in eer een deugd zich steeds verder te ontplooien.
Opmerkelijk is ook dat diegenen die toen het secretariaat vervulden, dit met grote nauwgezetheid deden, alles wordt vermeld, barmhartigheid aan arme zwervers, huisvesting voor nooddruftige weduwen, het pogen om ontuchtige vrouwen uit de gemeenschap te verwijderen.
In deze tijd ontstaan er meningsverschillen over grenzen met Rhenen. Als echter de Staten van Utrecht het Elsterbos aan de graven van Reede en de van Asch van Wijken verkoopt, zijn ook deze geschillen bijgelegd. Ook in Amerongen kende men de zogenaamde Schapendrift of Dreven. Dit waren de wegen waarlangs de schapen vanaf de boeren in het dorp en Lekdijk naar de heide werden gedreven. De schapenhouderij teelde in deze tijd ook welig, niet alleen voor wol en vlees, maar ook omdat de mest gebruikt werd, om een goede tabaksoogst te verkrijgen. Interessant is het ook te lezen dat in deze tijd zogenaamde vliegende tollen werden opgericht. Dat wil zeggen, was er kermis in Amerongen dan werden bij de uitvalswegen tolbomen opgericht. Wilde men als buitenstaander in Amerongen kermis vieren, best jongens, maar eerst betalen anders kom je er niet in. Wij klagen in onze tijd wel eens over zware belastingen, maar reken er op dat ze in die tijd ook de centen binnen wisten te krijgen. Wat denkt U ervan dat de molenaars windrechten moesten betalen, omdat zij wind uit de lucht haalden om de molens te laten draaien.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1744- De Franse Revolutie
In 1744 wordt ook een eind gemaakt aan de toen nog heersende macht van de Domproosdij. De dorpsgerechten nemen dan alle handelingen die verricht moeten worden over. Alhoewel de kerk toch véél van haar taken overhoudt. Wij lezen n.l. in het Kerkelijk archief dat in 1748, de kerkenraad een verzoek richt tot de gemeentelijke overheid, om de jaarlijkse kermis, in verband met de duistere tijden niet te houden. Het gemeentelijk bestuur neemt dit verzoek over en zo wordt er dat jaar geen kermis gehouden. Een bepaalde familie die daar geen genoegen mee nam, en in hun huis toch de viool liet spelen, met natuurlijk daarbij de dans van jongelui, werd uitgesloten van het Heilig Avondmaal, wegens hun zondige gedragingen. Er worden ook nasporingen gedaan naar de St. Pieterskerk die er geweest is voor de St. Andrieskerk. Heel laconiek lezen we, geen nasporingen gevonden. Als een ouderling of diaken te laat op de kerkeraadsvergadering komt moeten ze 2 stuivers boete betalen. In die tijd kent men de vroedvrouw der armen. Voor iedere bevalling en kraamhulp die deze vrouw aan de armen der gemeente geeft, ontvangt zij twee gulden van de kerk. U vraagt zich af hoe groot zou Amerongen toen geweest zijn. Wel het dorp is in die tijd 32O5 ha groot en telt 179 huizen. Dikwijls wordt in brieven Amerongen dan nog Lote genoemd. Een oude naam die steeds weer opdoemt. Leuk is het ook voor U om te vermelden dat de Wilhelminaschool en de Elisabethschool respectieve-lijk lager- en kleuterschool gezamenlijk een schoolblad uitgeven getiteld "Jong Lote". Zo zijn we dan gekomen aan het eind der 18e eeuw een nieuwe periode staat voor ons.
De franse revolutie welke ook naar Nederland overwaait en waar Amerongen zijn deel ook van krijgt.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
Franse revolutie-1795
Wij zijn op weg naar de Franse Revolutie. Na de onstuimige tijd van Lodewijk de veertiende, vernietiging van het kasteel en verschillende delen van het Dorp, is de wederopbouw krachtig ter hand genomen. Het kasteel is herbouwd, de huizen in het dorp hersteld. De kerk gerestaureerd en zo leeft Amerongen rustig voort, het dorp ontwikkelt zich, de landbouw bloeit. Er wordt veel tabak verbouwd, alles is rust en vrede. Soms dreigt een moeder haar kind dat stout is, met de woorden: 'denk er om of ik roep de fransen", een schrikbeeld dat nog na is gebleven van de roerige tijden van 1672. Maar langzamerhand verbleekt dit. Het ligt zo ver achter ons. Er zijn nu andere dingen, de burgers hebben het goed, dus de overheden kunnen belasting heffen. Zij doen dat op allerlei wijze. Zo wordt er b.v. hoomgeld geheven, belasting op een koe. Ja, onze voorouders wisten er ook wat van. Het is een tijd van rust, dus kan men zich ook met andere zaken bezighouden. Er is een constant gemeentebestuur, die allerlei verorde-ningen uitvaardigt. Het moet maar eens afgelopen zijn zeggen zij, iedereen doet maar wat hij wil en dat kan niet meer. Géén mesthopen meer vlak langs de straat. Géén stuk van de berm meer omploegen, zodat je akker wordt vergroot. Géén heggen om het tabaksland strak  langs de weg. Amerongers jullie moeten nu maar eens weten dat je in een mooi dorp woont. Maar je moet je aan de regels houden. Doe je het niet, welnu dan een flinke boete. En die boete wordt eerlijk verdeeld, één derde gaat naar de Drost, dus gemeente, één derde naar de Diaconie en één derde schrik niet lezer, gaat naar de aanbrenger. We zouden dus kunnen zeggen, Judasloon. Maar nu worden ook de wegen verbeterd. In verband met dieven enz. wordt een nachtwacht ingesteld. Uit ieder gezin moet één weerbare man deze dienst verrichten. Vijf mannen moeten iedere nacht dienst doen, van 1O.OO uur 's avonds tot 4.OO uur 's morgens. Ieder uur doen 2 man de ronde, en kijken of er nergens onraad is. Ze zijn ook gewapend, jawel, de één heeft een hooivork, de ander een ratel, die ratel mag echter alleen maar gebruikt worden als er werkelijk onraad is.
Zou je voor afleiding eens ratelen, probeer het niet, want dan word je gestraft.
In deze tijd zetelt Frederik Christiaan Reinaard van Reede in het kasteel. Hoewel hij ook nog veel te zeggen heeft, is zijn macht minder groot dan die van zijn voorouders. De democratie begint in beperkte zin iets te winnen. Het lijkt allemaal zo vredig te verlopen. Het gaat naar het eind van de 18e eeuw. In Frankrijk rollen de hoofden der edelen. Vrijheid, gelijkheid en broederschap.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1795-1813
De staten ongerust, bevelen de kerken om alle trouw en doopboeken over te brengen naar Utrecht. 15 januari 1795, Engelse troepen komen in het dorp, vergezeld door Hessen en Hannovers. Zij worden ingekwartierd bij de burgers en in de kerk. Zij moeten ons helpen tegen de dreigende Fransen. Nu het waren wel brave jongens. Zij stelen als raven, en als 2 brave inwoners proberen de plundering tegen te houden, worden zij aan de Achterweg doodgeschoten. Willen Schutten en Gerrit Draaier moeten hun verzet, met hun leven betalen. De brave Engelsen hebben zo huisgehouden, dat er 4 zondagen géén kerkdienst kan gehouden worden. Een gedeelte van de banken is verbrand en verder interieur vernielt. De Engelsen vertrekken, maar nieuwe zorg. De Fransen komen. Deze hebben zo'n slechte naam, dat vele burgers hun komst niet afwachten, maar de vlucht nemen. Ds. Hugenholz echter blijft en dit is aanleiding voor velen om toch ook maar te blijven. Maar ze hadden het niet best. De éne groep Fransen kwam en de andere ging  en iedere keer werd er opnieuw gevorderd, hout, stro, boter, de heren konden het gebruiken. Maar niet getreurd het werd betaald op gewone wijze, dat betekent je kreeg niets, een fraaie boel. En het was zo'n koude winter die van 1795. Hoewel ook de kasteelfamilie bij de komst der Fransen is gevlucht, blijkt het dat graaf Frederik nog aanwezig is. Hij geeft toestemming om de fraaie laan van lindebomen tussen Amerongen en Leersum te kappen, zodat de bevolking zich warmen kan. Maar ook Amerongen krijgt in zijn bestuur een tik van de Franse Revolutie.
De vrijheer is vertrokken en een comité van burgers, deelt mede dat de Drost, de burgemeester, de schepenen en secretarissen zijn ontslagen, zij zijn niet door
Volk worden gekozen, geheel in de lijn der Fransen, een echte dorpsregering. Deze moeten zorgen, dat de heffingen binnenkomen. En steeds maar weer Franse inkwartieringen. Decreten volgen elkaar op. Burgers moeten de Franse proclamaties opvolgen, maar door allerlei mogelijke handigheidjes, weet het dorpsbestuur zich te onttrekken. De Fransen hebben véél vernield, onder andere aan de tabaksschuren. Maar nu komt de kans om iets terug te krijgen. Koning Lodewijk Napoleon bezoekt Amerongen, hij neemt zijn intrek in het kasteel en een delegatie uit het dorp weet bij een bezoek hem te bewegen, om achterstallige inkwartieringskosten en vernielingen te betalen. We zien het voor ons. De Amerongers tegenover de Koning. Majesteit, ons dorp is zo Fransgezind, en nu worden we zo behandeld.
Nu daar kan de Koning niet tegenop. Hij stemt toe en vindt die Amerongers fijne lui. Welja dat blijkt ook later, als er 6 jongelieden moeten geleverd worden voor het Franse leger. Vrijwilligers, niemand meldt zich. Er wordt gedreigd. Welnu Amerongen stuurt zijn jongelingen. Er zijn erbij van 50 jaar oud. De Fransen kwaad, de rekruten worden afgekeurd. Eindelijk na véél geharrewar worden de 6 rekruten ingelijfd. Of zij met de troepen van Napoleon mee gegaan zijn naar Rusland weten wij niet. Wel weten wij dat hoewel de Fransen veel verweten kan worden, zij toch ook hun goede dingen hadden. De burgerlijke stand wordt bijgehouden. Wie nog geen ach-ternaam heeft krijgt er één. Er wordt een Maire, de latere burgemeester benoemt, die bijgestaan wordt door twee wethouders.
Er is geen Drost meer die zich overal in mengt. Zo begint het nieuwe tijdperk.
In deze tijd van Franse overheersing blijft ons oude dorp toch weer bestaan. Wij vinden namen terug die aan die tijd herinneren, denk aan de Napoleonschuur aan de van de Boschstraat. U ziet in deze schuur een gevel steen met opschrift Napoleon 18O6. Volgens overlevering zou deze schuur gebouwd zijn in opdracht van Koning Lodewijk Napoleon. Hij zou bedoeld zijn als ontvangst een bewaarplaats voor de geleverde tabak, hoewel deze schuur ook voor andere doeleinden is gebruikt, is hij toch ook tot 194O hiervoor gebruikt. Door aankoop van de familie Versteegh is de gemeente Amerongen eigendom van dit prachtige monumentale pand geworden.
Het is gerestaureerd en een bestemming als bibliotheek gekregen.
Ook de woningen bewoond door mevr. James en de familie Peereboom- Voller aan de Nederstraat dragen de naam van Napoleonhuizen. Deze dateren echter van vroegere datum en danken hun naam aan het feit, dat de Gendarmerie van Napoleons leger hierin gehuisvest is. Ook wordt verhaald dat Keizer Napoleon zelf in Amerongen is geweest.

Hij zou echter bij aankomst bij hotel "Het Rode Hert" geweigerd hebben uit zijn koets te komen, uit angst voor de vijandigheid die hij overal ontmoette. Toen hij echter een inwoner duchtig aan zijn pijp zag trekken waarop zijn beeltenis stond, meende hij rustig uit te kunnen stappen en in het hotel te vertoeven. Een bevolking die hem blijkbaar zo goed gezind was, zou hem geen kwaad berokkenen. Een ander verhaal uit die tijd vermeldt dat een ondergedoken hollandse kapitein door de Fransen was gevangen genomen en doodgeschoten zou worden, hij zou een opstand hebben voor-bereid om de Fransen uit Utrecht te verdrijven. In de stad Utrecht zou het vonnis worden voltrokken. Deze kapitein was erg bevriend met één van de gravinnen van het kasteel. Lady Christine van Athlone. Deze probeerde bij de Franse Commandant in Utrecht, gratie voor kapitein van Kapelle te verkrijgen. Tot tweemaal toe mislukte dit, maar zij gaf niet op, ten derde maal ging zij naar generaal Molitor. En deze keer had zij meer succes. Generaal Molitor scheen door haar tranen en vasthoudendheid zo geroerd te zijn, dat hij een voorstel deed. Hij kende Lady Christine, wist dat ze een vurige aanhangster van Oranje was, welnu hij zou het leven van Kapelle sparen onder één voorwaarde. Als zij het Franse volkslied zong, zou hij het leven van Kapelle sparen.
Christine tobde zich af, aan de ene kant stond het leven van haar vriend, aan de andere kant het zingen van het Franse volkslied, wat als verraad moest gezien worden aan de Nederlandse zaak.
Zij tobt zich af, maar plotseling breekt de zon door. De Franse Generaal kent géén woord Nederlands, en met een beetje halen en trekken zingt zij het Franse volkslied althans de melodie, maar de woorden zijn van ons oude Wilhelmus. De generaal vliegt er in en van Kapelle komt vrij en vlucht naar het buitenland. Zo zien we maar weer dat dappere Nederlandse vrouwen er niet alleen in de oorlog 194O-1945 waren. Aan deze tijd zien we bij het Amerongse Berghuis nog een herinnering. De Kolom, een herdenkings-naald opgericht door de bewoners van het kasteel, ter herdenking aan de slag bij Waterloo. Deze Kolom stond vroeger hoger op de Berg, maar nadat de Amerongse bossen in de dertiger jaren om financiële redenen werden verkocht, lieten de nieuwe eigenaren de Kolom afbreken en begraven. Dit stond de Amerongers maar slecht aan, vooral de brandweer. Deze bewezen niet alleen bij brand, maar ook op een andere manier paraat te zijn. Onderleiding van commandant T. Eijffius werd de Kolom in 't holst van de nacht opgegraven en naar het Kasteel vervoerd, in 1963 werd de Kolom met medewerking van de gemeente opnieuw opgericht en staat weer als teken van onverzettelijkheid zichtbaar voor iedereen. Maar ook Napoleons tijd raakt teneinde. Na de beslissende nederlaag in 1813, trekken Pruisen en Russen ons land binnen.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1813-1877
Opnieuw wordt Amerongen een inkwartieringsdorp. Een heel oud boekje vertelde ons, dat de Russen, Kozakken zoals ze toen genoemd werden, de hekjes bij de burgers afbraken om hun vuren te stoken. Zo heeft ons dorp in het laatst van de 18e eeuw en in het begin van de 19e eeuw veel vreemdelingen binnen haar grenzen gezien. Allerlei taal werd er in het dorp gesproken. Hoewel de bevolking zeer zeker ook geleden zal hebben onder de druk van de vreemde soldaten, moeten we toch wel aannemen, dat er een groot verschil was met b.v. de bezetting van 194O-1945. Men krijgt de indruk dat het in die tijd wel wat moeilijker ging. Natuurlijk was er ook toen sprake van vordering, voedsel voor manschappen en paarden, inkwartiering, levering van hout enz. Maar de geweldige dwinge-landij, zoals in de laatste oorlog komen wij niet tegen. Het gewone leven van de bevolking ging toch door. Wel spreekt de historie ook van het elkaar helpen, hetzij op last van de overheid of vrijwillig. Zo wordt vermeld dat in één van de strenge winters, de kasteelheer de lindebomen langs de straatweg Amerongen-Leersum ter beschikking stelt voor de bevolking. Meteen treedt de overheid dan op. Niet iedereen mag maar zo voor zich-zelf gaan zagen. Neen iedereen die kan, moet helpen, de bomen worden gerooid, klaar gemaakt voor haard en kachel en dan eerlijk verdeeld. Maar wanneer dan eindelijk in 1814 de vrede van Parijs wordt getekend, keert de rust in ons dorp weer. De vreemden zijn weg, men kan zich weer volledig met eigen zaken bezighouden en aan een nieuwe toekomst werken.

De fransen zijn verdwenen, een nieuwe toekomst voor ons dorp ligt open. Is het een rijke? Hebben de Franse ondanks alle narigheid wat goeds na-gelaten? Ja zoals het na iedere bezetting van een land gebeurt, komt er toch een verandering. Ook Amerongen beleeft bepaalde hervormingen van Napo-leon die blijven. Denk maar aan onze namen, voor de Franse tijd trof je nog veel namen die wezen naar de vader b.v. Piet Janszoon afgekort Piet Jansz. Lijsbet Willems. De Fransen vonden dat maar een rare toestand. Fr moesten achternamen komen. Dit leidde soms tot vreemde situaties. Toch komen we in ons dorp geen vreemde uitschieters tegen, zoals dit elders wel gebeurde. Hoe velen zitten nu nog met een naam, die ze zelf niet leuk vinden. Je zou de indruk krijgen, dat sommigen er een gek heidje van maakten, misschien met de gedachte die naam is maar tijdelijk. Het kwam echter anders uit. Vele namen die toen gekozen werden komen we nu nog tegen. Sommigen waren er gauw klaar mee. Was het voorheen Janszoon, welnu dan maar Jansen, Pietersen enz. Anderen zochten het meer in de naam van de plaats waar ze woonden, of vandaan kwamen, denk maar aan van Doorn, van Ingen enz. Of aan hun beroep, Smid, Koetsier enz. Zo zijn al deze namen te ontlenen en zijn ze bewaard gebleven. Hoe zag dat Amerongen er nu verder uit. Wel er is dus in 1815 Opgetekend, dat er 1O25 inwoners waren. Onze voorouders hadden dus meer levensruimte dan wij, die op dezelfde plaats nu met 67OO mensen wonen. Maar ook de woningen geven vanzelf een heel ander beeld. Zitten we nu in de buurt van 2OOO, toen waren het er 12O in de kom. We moeten dus denken aan het gedeelte voornamelijk ten zuiden van de Koningin Wilhel-minaweg en 5O verspreid, waaronder Overberg, Elst en Lekdijk. Je zou dus denken, O als het aantal inwoners toen zo laag was, hoefden ze niet naar andere plaatsen om hun werk te vinden, niets is minder waar. De bevolking bestond uit, neringdoenden ambachtslieden, boeren, arbeider en natuurlijk de groep van intellectuelen waar we gevoeglijk onder kunnen rekenen, pre-dikant, arts, notaris, groot grondbezitters enz. Uit de annalen blijkt dat vele mannen toch naar elders gingen omdat er geen werk voor ze was. Men trok zelfs naar Duitsland, om zo de kost voor vrouw en kinderen te verdienen. Behalve het Kasteel en de Ridderhofstad "De Natewisch" waren er geen bijzondere gebouwen, zoals gestichten, ziekenhuis of klooster. Het laatste was geen wonder, want er was geen Rooms Katholieke kerk. Na de kerkhervorming is Amerongen een overwegend Protestants dorp gebleven. Wel is er in de vroegere Elisabethschool aan de Gasthuisstraat na de laatste wereldoorlog nog enkele jaren een R.K. kerk geweest. Maar door de bouw van de Sint Andries kerk in Leersum, is deze opgeheven. En de Elisabeth-school werd afgebroken. Ook al omdat aan de Burg. V.d. Boschstraat, een kleuterschool werd gebouwd, die ook de naam van de Elisabethschool draagt.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1877-1897
Deze naam is een herinnering aan gravin Elisabeth van Reede Ginckel die de school in 1877 aan de gemeenschap schonk. Van die 17O woningen die ons dorp telden waren 16 boerderijen en 85 arbeiderswoningen de rest werd ingenomen, door de andere in 't voorgaande genoemd. De tabaks-bouw was in deze tijd, ook een voorname bron van inkomsten, in die tijd bedroeg de verbouw 3OO.OOO pond. Daar konden dus heel wat pijpjes enz. van worden gerookt. Maar als men door de regels heen leest dan blijkt dat de handelaar er het meest aan verdiende. Men zou dus zeggen, dan was er toch werk genoeg. Maar we moeten niet vergeten dat het veel seizoenarbeid was, en dat allen uit het gezin mee moesten helpen om de oogst binnen te halen. Deze tabaksoogst werd dan weer gecombineerd met de bonen. Hé zeggen we, wat een rare combinatie. Toch niet zo verwonderlijk. De ouderen onder ons zullen zich nog goed weten te herinneren dat om een stuk tabak zogenaamde heggen stonden. Zo'n stuk was een park groot, zo noemde men dat, een park was 2O roede en een roedewas ongeveer 14 m² en 3O cm².
Deze heggen bestonden uit, staken van essen, eiken of dennenhout, en werden bijeengehouden door zogenaamde heggarden, die horizontaal staken bijeenhielden. Hoofdzakelijk werden hier pronkbonen of pronkers aangeteeld, die droog werden geplukt, gedorst en in 't gezin in de herfst en winteravonden werden geschoond of gelezen. Zo hielp dus het hele gezin mee om aan de kost te komen. Hongerig waren de Amerongers blijkbaar ook, want 6 bakkers deden hun best om hun brood aan de man te brengen. Ook getimmerd werd er volop, want 4 timmermannen hadden een eigen zaak. Zij die zich geen zorgen hoefden te maken over concurrentie waren de metselaars, de wagenmaker en de schilder, want zij waren éénlingen.
2 Smeden zorgden dat de paarden beslagen werden, en het ijzerwerk in stand bleef, zoals ook de 2 schoenmakers zorgden, dat de zolen en hakken werden vernieuwd. Wat erg opvalt is, dat er in deze tijd niet minder dan 5 kleermakers waren. Of de Amerongse vrouwen hadden geen tijd of konden het niet. Of de mode was zo veranderlijk dat 't ze niet voorkonden. In ieder geval de 'snijdertjes' verdienen hun brood. Een olie- en een wind-molen, zorgden dat het graan tot meel werd gemalen.
In een jaar wordt er ook heel wat geslacht. Opmerkelijk is dat er in de kronieken geen slagers worden genoemd. Misschien was het een nevenbe-roep, want wel worden er in één jaar 25 koeien en circa 15O kalveren ge-slacht benevens een onbekend aantal varkens. Wetsovertreders schijnen er nogal te zijn geweest, want in het raadhuis zijn 2 cellen waar desnoods 6 arrestanten kunnen worden opgeborgen. 316 morgenland, ongeveer 28O H.A. wordt gebouwd met boekweit, rogge, weit of tarwe, haver en gerst en aardappelen, terwijl 394 H.A. bestaat uit weiland. De overige H.A. bestaan uit sparrenbossen, heidevelden, hakhout en veengronden.
Opgemerkt moet worden dat men juist in deze tijd weer is begonnen met de bebossing van de heidevelden waardoor de uitgestrekte bossen ontstonden, zoals wij die nu nog kennen. Waarin het dorp geen gebrek aan was, dat waren de cafés of kroegjes, die vond men overal, veelal ook als bijverdienste. Lange tijd stond er binnen het terrein van de Hervormde kerk/hoek Nederstraat een herberg genaamd "De Swaen", terwijl in het tegenoverliggende huis de herberg "De Prins van Oranje" was gevestigd. Of onze voorouders na de prediking behoefte aan een borrel hadden is mij niet bekend. Dat zij hem wel lusten leidt geen twijfel. Ik heb getracht U een indruk te geven van ons dorp zoals het te voorschijn kwam na de Franse overheersing, misschien wat droog, maar toch dacht ik wel interes-sant. Deze keer gaan we eens iets anders van ons dorp bekijken. U weet dat Amerongen begrensd wordt door uitgebreide bossen. Die bossen hebben al-tijd bij de Hoge Heerlijkheid van het Kasteel Amerongen gehoord. Onder-zoekingen hebben aangetoond dat vroeger in de Middeleeuwen deze bossen al hebben bestaan. Vermoedelijk zijn in die tijd door geweldige stormen, veel woudreuzen geveld, en werd het bos zo zwaar geteisterd, dat men er waarschijnlijk tegen op zag om alles opnieuw in te planten. Het gevolg was dat er uitgebreide heidevelden, bos of driestgras stukken ontstonden, waar-door de heuvels kale bonken vormden. Wel schijnt men verschillende lanen geplant te hebben waarvan nu nog stille getuigen staan, denk maar aan de eeuwenoude beuken aan de Bergjessteeg, de Veenseweg naar het Berghuis en de Franselaan. Toch vervulden in die tijd ook de heide en Driestvelden een belangrijke taak. Behalve koeien, hielden de boeren ook schapen. Deze dieren vonden voldoende voedsel en vrijheid. Zij werden vanaf het dorp via een bepaalde weg naar het bos gebracht. In ons dorp kennen we nog de Schapendrift die hieraan herinnert. Deze mondde uit op de tegenwoordige Pr.Bernhardlaan voor 195O Drift geheten. Jammer dat deze naam verdwenen is. Voor onze Prins was nog wel een andere laan gevonden. Maar de vroede vaderen van toen beschikten anders. Zij vonden zelfs de laan te lang voor één naam en noemden het noordelijk gedeelte de Boslaan.
Nu langs deze wegen werden de schapen naar hun velden gedreven. Vandaar de naam Drift of Dreef. En véélal bracht de herder of herderin ze dan 's avonds weer terug. In of tegen de bossen aan trof men vroeger ook verschillende schaapskooien. Helaas zijn de meeste ook verdwenen, evenals de tabaksschuren. In Leersum heeft men er één door overplaatsing kunnen behouden, deze staat nu op het Landgoed Zuylenstein in is nog steeds in gebruik. Bekend was tot in de 3Oer jaren de Schaapskooi staande in de zgn. Ronde Morgen ten oosten van de Kopselaan. Helaas is deze door brand volledig verwoest.
We vonden er in die tijd één in het Delse Hok. Dat was ten noorden van de begraafplaats aan de Holleweg. Op de vlakken berg heeft er ook één gestaan, terwijl men ze ook véél vond in Overberg. Gelukkig staan er nu nog een paar in dit buurtschap. Laten we hopen dat deze bewaard zullen blijven. We komen weer op ons uitgangspunt terug. Onze bossen van nu bestonden dus hoofdzakelijk uit zandheuvels en heidevelden. Totdat men er in de tijd van Napoleon erg in had dat deze gronden beter te gebruiken waren. Men ging bossen aanplanten en het hout kon voor allerlei doeleinden gebruikt worden. Er was timmerhout nodig. De boeren moesten hun weilanden af kunnen palen. De landbouwers hadden heghout nodig om hun tabak voor windschade te behoeden. Als we de verkopings-aankondigingen van honderd jaar geleden lezen, dan wordt dit allemaal vermeld:
Geschikt voor boerengerief, houdt hooibergroeden, brandhout, bonenstaken enz. Op deze verkopingen werd ook véél gekocht door boeren en handelaren uit de Betuwe. Die hun gekochte waar dan met paard en wagen naar hun bestemming brachten. Zo hadden we in die tijd dus als dorp ook al export al was het dan niet buiten onze landsgrenzen. Maar ook de eigenaars van de bossen hadden zelf véél hout nodig, ook voor hun afzetting van landerijen enz, maar ook véél voor brandhout, als U nagaat dat de kastelen Amerongen en Zuijlestein vrijwel geheel met hout werden verwarmd, ik kan me nog uit mijn jeugd herinneren, dat drie mensen vrijwel het gehele jaar bezig waren om in de bossen, vooral dode beuken, berken en eiken te vellen, alleen voor de houtvoorraad voor het Kasteel. Dan waren er ook nog steeds 3 â 4 mensen bezig in de zagerij, om het gevelde hout aan kachelhout te zagen, en de houtkelder in 't kasteel te vullen. Denk dan ook nog aan de voerlui die het gevelde hout, uit de bossen naar de zagerij brachten. Dan had U waarschijnlijk nooit vermoed dat er zovéél arbeids-kracht nodig was, om alleen een kasteel en bijbehoren te verwarmen. Behalve dan wat de bevolking in het dorp nodig had. Wat zijn de tijden dan toch veranderd. Wij draaien maar aal een knop en onze elektrische gas of olieverwarming doet de rest. Stel U voor dat een tehuis als "De Ridderhof" iedere kamer met hout moest verwarmen. We zouden zeggen dat lukt nooit. Maar toen was de toestand in de tehuizen ook anders, daar kom ik later nog wel eens op terug. Zo zagen we dus de verandering die in het begin van de vorige eeuw plaats vond in onze omgeving, en waar we nu het resultaat van zien. Wel wil ik er nog even op wijzen, dat als U nu in de bossen wandelt dan ziet U overal omgewaaide bomen, afgewaaide takken, en afgehakt hakhout liggen. Nu, tot voor de tweede wereldoorlog zag men die niet, ieder houtje werd verzameld. Het dunne hout werd gebost of gebundeld, en gebruikt door de bakkers om hun ovens te stoken. Nu ziet men de waarde van dergelijk afval op een andere manier, laat het rustig liggen en vergaan, om zodoende weer een vruchtbare bodem voor de bossen te behouden. Voorheen werd ook de heide en het mos weggehaald, diende voor strooisel in de stallen. Sinds echter de Ame-rongse bossen in de jaren dertig overgingen in handen van de NV. Unitas was ook dit gebeurd. Deze NV. zag wel in dat dit een beroven van de bodem was. Sindsdien is het dan ook verboden om mos en bladeren uit het bos weg te halen. Deze NV. ging nog verder door met bebossing, alle lege stukken werden volgeplant, om het bos zo rendabel mogelijk te maken. Voor enkele jaren werden de Amerongse bossen aangekocht door Staats-bosbeheer. Ik geloof dat voor het behoud van de Amerongse bossen, dit het beste was.
Hoe is het nu in de 19e eeuw met de Kasteelfamilie gesteld? Vertoeven zij er nog steeds?
In deze tijd, dus na de Franse overheersing, is de zevende graaf van Athlone heer van Amerongen. Hij blijft na 1814 in dienst van de Engelse Koning. Maar in dat zelfde jaar wordt hij benoemd tot lid van de Staten van Utrecht. Nu wordt het moeilijk. Niemand kan twee heren dienen of hij moet de één liefhebben en de ander haten. Graaf Reinhard begrijpt dit. Trouwens het is ook niet mogelijk. Wil hij zitting nemen in de Staten van Utrecht, dan zal hij alles wat hem aan Engeland bindt moeten neerleggen. Hij kiest dan de Engelse zijde en laat dit Koning Willem 1 Weten. Men kan zich indenken dat het onze Koning niet lekker zat, maar hij deelt de Graaf mede dat hij de benoeming als lid der Staten als niet gedaan kan beschouwen. We kunnen ons indenken dat door deze beslissing de band tussen de Graaf en het Vaderland en ook met ons dorp niet zo hecht meer is. Wel werd hij in Nederland ook als graaf erkend. Maar zijn Woonplaats is toch in Engeland. Kasteel Amerongen is onbewoond. Geen staatsie, geen vrolijke kinderstemmen. O zeker, het Kasteel en de bezittingen Worden keurig onderhouden, maar het is doods en stil. Als Graaf Rein-hard in 1823 sterft op 5O-jarige leeftijd, is zijn 3-jarige zoon de opvolger. George Godard Henry wordt de achtste graaf van Athione, en Vrijheer van Amerongen. Gelukkig weet dit kereltje nog nergens van af. Want zijn vader was een man die toch wel een vreemde erfenis naliet. Royaal legaten had toebedeeld aan de ene kant, maar zware schulden aan de andere kant. De jonge weduwe krijgt het advies, betaal geen legaten maar betaal de schul-den. Zij schijnt dit advies te hebben opgevolgd. Gevolg dat velen blij waren met een dode mus. De weduwe zocht steun, en vond die ook want in 1825 trouwt zij met Willem Gambier. Uit dit huwelijk krijgt zij twee kinderen, die dus met de Amerongse eigendommen niets te maken heb ben. Maar het gevolg van haar Engelse huwelijk is wel dat George en Elisabeth uit het eerste huwelijk een volkomen Engelse opvoeding krijgen. Zelden komt deze familie in Amerongen. Lang gelukkig is Gravin Hen-riëtte echter ook niet geweest in haar tweede huwelijk. In 183O sterft zij op 4O-jarige leeftijd.

Toch om even iets recht te zetten, al wordt Kasteel Amerongen niet door de eigenaar bewoond. Fr zijn anderen die het huis weer tot leven brengen, Lady Athlone keert met haar dochters naar Nederland terug. Zij is de weduwe van de vijfde graaf van Athione en vertoeft véél in het Kasteel. Zij is degene die het "Berghuis" heeft laten bouwen met de daarbij gelegen theekoepel. Deze is helaas ook verdwenen. Zo zien we dus dat het "Berghuis" al heel wat jaren een plaats van verpozing is geweest. Moge dit ook in de toekomst als een plaats van ontspanning en rust blijven Ieder die in die tijd het Berghuis bezocht schreef zijn of haar naam in het gastenboek. Hierin vinden we ook de naam van Lady Jemima Bentinck Zij was de Gouvernante van Prinses Marianne van Oranje. Zij hield hier echter mee op omdat zij Marianne niet mocht opvoeden zoals zij dat wilde. Hoogstwaarschijnlijk wilde zij een strenge aanpak, want Marianne was me er één. Wilt U er meer van weten dan raad ik U aan eens te lezen het boek Prinses Marianne. Geweldig interessant is de levensgeschiede-nis van deze vrolijke Prinses. Maar genoeg, Lady Anna die dus toch wel véél in Amerongen vertoeft, zij liet het Gedenkteken van de slag bij Waterloo opzichten, de Kolom die wij nu nog vinden bij het Berghuis. Lady Jemima werd nu belast met de zorg van de opvoeding van de jonge Graaf van Athlone en zijn zuster. De achtste Graaf van Athlone heer van Amerongen heeft niet véél van zijn bezittingen genoten, ten eerste vertoefde hij héél weinig in Amerongen en hij stierf in 1842 op 22-jarige leeftijd.
Desondanks was hij bij zijn dood ook behalve de reeds beschreven titel~ ook nog heer van Eck en Wiel, deze bezitting werd door hem, of voor hem gekocht in 1839. De titel heer van Zuylestein met de bezittingen was hem reeds in 183O in de schoot gevallen, doordat het geslacht Nassau -Zuylestein was uitgestorven. Frederik Hendrik had reeds bepaald, mocht dit ooit gebeuren Zuylenstein toch in de familie moest blijven. Graaf George stamde hiervan af en zodoende werd Zuylestein zijn eigendom. Bij zijn dood liet hij dit na aan zijn 1 jaar jongere zuster Elisabeth Mary, die wij nog wel tegenkomen. De heerlijkheid Amerongen kwam in handen van Georges oom Willem, deze was ook al heer van Middachten. Deze is dan 63 jaar, beleeft er echter ook weer weinig plezier van, want sterft een jaar later. Dan vervalt Amerongen aan twee tante's van George n.l. Lady Mary en Lady Christine. Zij houden van Amerongen en laten ook veranderin-gen aanbrengen. Maar helaas door de vele schulden die op de bezitting rusten moeten zij verschillende stukken van de heerlijkheid verkopen. Deze beide gravinnen hadden ook een buiten in den Haag, Rustenburg geheten. Na de dood van Lady Christina in 1847 verkoopt haar zuster dit aan Koning Willem II. Vijf jaar later overlijdt ook Lady Mary. Zij wordt in Amerongen begraven en de laatste van Reede die in de Grafkelder wordt bijgezet. Amerongen wordt nu ook het eigendom van Lady Elisabeth, de eigenaresse van Zuylenstein. Deze woont ook in Engeland maar komt toch ieder jaar 6 weken naar Amerongen. De beide kastelen werden door haar goed onder-houden. Een rentmeester zorgde hiervoor. De verhalen gaan dat deze ook bijzonder goed voor zichzelf zorgde. Lady Elisabeth is getrouwd met Fre-deric de Villiers, deze heeft haar véél steun gegeven, bij het beheren van de landgoederen. Zij is het ook die het Gedenkteken van Waterloo laat herstellen; hetwelk haar moeder had opgericht. Zij schenkt aan de kerk in Amerongen 2 zilveren schenkkannen en 2 zilveren schotels voor de Avond-maalsbediening. In 1877 laat zij in de Gasthuissteeg, tegenwoordig straat, een school bouwen. Een bewaar-naai-en-breischool, zoals men dat toen noemde.
Deze draagt de naam "Elisabeth school". Deze naam is bewaard gebleven in de kleuterschool aan de Burg. Jhr. H. v.d. Boschstraat.
In 1965 werd het oude schooltje afgebroken. Lady Elisabeth's echtgenoot sterft in 1871. Hun huwelijk is kinderloos, zij is wel peetmoeder van de zoon van haar neef Graaf Bentinck van Middachten. In 1879 transporteert zij al haar goederen, behalve Zuylestein aan deze jonge graaf. Dit komt bij testament in 1897 in bezit van de Bentinck's.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1897-1938
Door haar dood is de laatste Reede heengegaan. Zij was een vrouw hoewel veel in Engeland vertoevende, bij de bevolking zeer geliefd, ik kan me uit miin jeugd nog herinneren dat oudere Amerongers vol eerbied spraken over de oude meléddie. Een oud geslacht ging voorbij, een nieuw komt "De Bentinck's". Nu gaan we weer verder met het wel en wee van onze bevolking.
Zie we eerst eens naar de kerk. Er is nog al meningsverschil over het onderhoud van de Pastorie. Domeinen is verantwoordelijk hiervoor. Maar deze gooien er blijkbaar met de pet naar.
De kerkenraad doet tenminste een beroep op deze instantie, en zegt, toe jongens laten we van het gezeur afzijn. Betalen jullie nu maar een af-koopsom, en wij zullen de zaak zelf wel herstellen en onderhouden. De Domeinen kiezen eieren voor hun geld en koopt zijn verplichtingen af. De Amerongers zijn eenmaal geen gemakkelijke lui en Domeinen zal onge-twijfeld gedacht hebben, dan zijn we van die zanikers af. De financiën schijnen trouwens zowel voor Kerkvoogdij als Diaconie een voordurende zorg te zijn. Dr. Querngester, een bekende arts uit die tijd, waarschijn-lijk een vriend der armen, die misschien een beetje te royaal was, krijgt de mededeling, hoor eens dokter, alles goed en wel, jij doet maar raak, maar voor je een bedeelde van de Diaconie behandelt, moet je eerst toestemming van de Kerkenraad hebben.
Ook zijn de inwoners van Overberg, niet erg gebrand op een kerkelijke functie, want als ouderling van de Vendel het dorp verlaat, is er in Over-berg geen opvolger voor hem te vinden. Toch heeft de kerk ook haar sociale functie in die tijd al begrepen, want meester Dijkerman krijgt
F 2O,-- per jaar voor het geven van onderwijs aan kinderen, die het schoolgeld niet kunnen betalen. De kerk is ook eigenaar van de Rouwmantels die gedragen worden bij een begrafenis. In 1836 worden 24 nieuwe mantels gekocht. In deze tijd blijkt dat ook de afscheiding van 1834 van Hendrick de Cock, in Amerongen navolgers heeft, er worden verschillende akten van afscheiding genoemd. De diaconie tobt steeds met tekorten. Steeds meer wordt een beroep op haar gedaan. Zij kan het niet volbrengen. En deelt dan ook het gemeentebestuur mee dat zij voortaan alleen belij-dende leden zal verzorgen. Het gemeentebestuur, ja hoe zit het daar feitelijk mee. Nu daar lees je interessante dingen over.
De vroede vaderen zijn erg druk, op hun manier dan. Op 25 augustus 1824 komt er bericht van Gedeputeerde Staten, dat op bevel van de koning, het begraven van lijken in de kerk verboden is.
Tot die datum werden n.l. de doden begraven in de kerk, voor diegene die n.l. een graf in de kerk hadden. De overigen werden begraven om de kerk heen wat wij nu nog als taluds kennen. Leuk is het om dan te lezen, dat de raad zich over dit punt onledig hield. Zij komen er niet uit en zullen een volgende vergadering hierover verder gaan.
Ja ze zijn hier maar niet zo mee klaar. Want diegene die een graf in de kerk bezitten, hebben dit gekocht en bezitten rechten. Van grote waarde vind ik dat een plattegrond van deze graven in de kerk bewaard is gebleven. Men treft daar heel wat oude Amerongse namen aan. Misschien trouwe kerkganger, hebt U wel eens gedacht, ja daar onder het koor liggen de van Reede Ginckels begraven, en hun wapenborden of grafstenen hangen aan de kerkmuren. Maar nooit is het misschien bij U opgekomen dat de hele kerk een begraafplaats is geweest. Laat U dit echter niet afschrikken om trouw ter kerke te gaan. Zo was dat toen nu éénmaal de gewoonte. Maar de gemeenteraad zat er mee, zij moesten zorgen voor een nieuwe begraafplaats. Maar de oplossing komt. Er wordt een leuk stuk grond ge-kocht, wat wij nu nog kennen als de Oude Begraafplaats.
Degenen die een eigen graf hadden in de kerk, krijgen een plaats aangewezen, waar zij in 't vervolg hun doden mogen begraven. Degenen die géén graf hadden, moeten nu voor een graf op de begraafplaats 12 gulden betalen. Kom je uit een andere gemeente dan betaal je dubbel, dus 24 gulden. Zo is dus het tijperk, in en om de kerk begraven, afgesloten. Er wordt een begraafplaats aan de Elsterstraatweg in gebruik genomen. Toen deze in de jaren 193O vol raakte, ging men over tot de aanleg van een nieuwe begraafplaats aan de Holleweg. Deze werd in 1938 in gebruik genomen.
Klik hier om terug te gaan naar het begin
1938-Nu
De oude begraafplaats is echter niet gesloten. Soms ziet U dan ook dat hier nu nog overledenen in een familiegraf worden begraven. Zo was de gemeenteraad er uit. Hoewel het U niets zegt misschien, wil ik U toch de namen van de toenmalige gemeenteraad niet onthouden. Het waren burgemeester J.W.A. Imminck, de raadsleden H. de Ridder, G. Weeninck, G. Coolhaas, D.J. Harmsen, D. Vos, J. de Ridder en P.Versteegh. Ja die burgemeester Imminck. Hij schijnt een goed burgemeester te zijn geweest. Maar hij had een goede bijbaan, hij n.l. ook notaris. Dat komt, er was n.l. dispensatie mogelijk, gegeven door de koning. Was er in de plaats niet iemand anders, dan mocht dat. Natuurlijk een wassen neus. Ze kunnen ons moeilijk wijsmaken dat hij de enigste was, die dit ambt kon vervullen. Koning Willem II schijnt hier genoegen mee genomen te hebben. Maar als deze is overleden in 1849 komt er in Amerongen een indrukwekkende brief, zoals dat toen de gewoonte was als een vorst was overleden. Een brief met een zwarte rand, ten teken van rouw. Maar alle indrukwekkendheid ten spijt. Koning Willem III zegt, nu Amerongers hoe zit dat, hebben jullie nu echt géén ander? Ja en dan zijn de poppen aan het dansen. Dirk Vos wil best burgemeester zijn. En dan wordt burgemeester Imminck voor de keus gesteld, of burgemeester of notaris, maar niet allebei. We zien het voor ons, de burgemeester met zijn vrouw overleggen. Vos op de achtergrond, wat zal het zijn munt of kruis? Imminck neemt het besluit. Toch maar Notaris. En met ingang van 1 januari wordt Vos burgemeester. Ik heb zo'n idee dat de financiën een hoofdrol hebben gespeeld. In ieder geval Imminck schijnt later goed geboerd te hebben. En bewoonde ook één van de mooiste huizen. Nu bewoond door fam. Bruinsslot. Misschien als hij  nog ééns even tijd heeft om te mediteren, dat hij ook eens terug denkt aan die vorige bewoner die zo'n belangrijk besluit moest nemen. Een ondeugende gedachte kwam bij me op, als burgemeester Mumsen en notaris Stolk, nu ééns hun inkomen aan mij bekend maakten, had ik het bewijs dat mijn gevolgtrekking juist was. Burgemeester Imminck is dus een baan kwijt. Maar wat een verschil toen en nu. Je leest gewoon, de ene raadsvergadering burgemeester Imminck, de volgende burgemeester Vos. Géén afscheidsredevoeringen, géén receptie. Geen dank, nee bonjour burgemeester. Morgen komen we nog alleen een verkoping opgeven, of het testament laten maken, verder geen poespas. Nu dan kunnen wij Amerongers van 1986 het beter. Maar ja misschien had-den onze voorouders toen geen geld om zoiets te doen. Hoewel in Amerongen hebben ze altijd feest kunnen houden ook al waren de financiën er niet.
Klik hier om terug te gaan naar het begin

Klik op de brief om mij een email te sturen



Mark van Barneveld 1999©